Trojaanse Oorlog

De Trojaanse Oorlog

De naam zegt het eigenlijk al. Dit is de oorlog bij de stad Troje en wat daar omheen ligt. De Grieken vechten met de Trojanen omdat de Trojanen Helena hadden ontvoerd. Dit conflict vindt plaats rond 1180 voor Christus. Beide partijen hadden verschillende commandanten die vaak als helden werden beschouwd.

Commandanten

Grieken: Trojanen:
Agamemnon -Priamos
-Achilles -Hektor
-Odysseus -Paris
-Ajax
-Menelaos

Het verhaal volgens Homerus in de Ilias:

Het is nu dertig eeuwen geleden dat de landen in en om de Middellandse Zee een oorlog woedde zoals er nooit een gewoed had. Aan de ingang van de Hellespont, een kleine zeearm die Thracië van Azië scheidt, lag op een heuvel de machtige stad Troje, ook wel Ilion. Waardoor deze stad zo rijk was, was de Hellespont. Hier voeren alle schepen, van de landen die om de Zwarte Zee lagen, die het onmisbare graan naar Griekenland brachten. Hier hieven de Trojanen een zware tol. Maar omdat Troje zo machtig was, bleef het alleen bij protesteren hiertegen. Steeds machtiger en rijker werd deze stad. Hier heerste koning Priamos. Hij had veel zonen, die allemaal dappere en bekwame soldaten waren.

Behalve één, Paris, die later de ondergang van Troje zou veroorzaken. Deze Paris was wel de knapste van alle broers, maar miste de wilskracht om een beroemd krijgsman te worden. Vaak zat hij in de verte te staren, dromend van verre landen en vooral mooie vrouwen. Hij zat vaak te dromen, maar niet van macht, oorlogsroem en rijkdom. De krijgstrompet deed hem niets. Hij hoorde veel liever de herdersfluit of zacht getokkel op een lier.

Op een dag, toen hij weer zat te dromen, kreeg hij een visioen. Er stonden drie vrouwen plotseling op vanuit de grond. Deze vrouwen waren zo mooi dat hij meteen met zijn handen voor zijn ogen op zijn knieën ging. De eerste vrouw sprak hem aan: “Sta op, Paris, zoon van Priamos, en wees niet bang voor ons. Ik ben Hera, de gemalin van Zeus, die heerst over mensen en goden en ik kom met mijn gezellinnen bij je met een opdracht. Sta op, kijk ons aan en geef de gouden appel die ik in je hand zal leggen, aan de schoonste van ons drieën. Mara bedenk daarbij wel wat je loon zal zijn als de appel terugkeert naar de hand die ze je geeft: in dat geval maak ik je tot de machtigste man op aarde leeft, zoals mijn gemaal de machtigste is van alle goden.” Paris was totaal verbaasd en nam de appel aan. Onmiddellijk stapte de tweede vrouw op hem af en zei: “Wat is voor jou, telg uit het roemrijke geslacht van Troje, het hoogste dat een man ten deel kan vallen: de roem van de dapperheid die de held onsterfelijk en aan de goden gelijk maakt? Wil je dat eenmaal de zangers in verre landen zullen zingen van Paris, de grootste held die ooit op aarde leefde? Geef dan de appel aan mij… ik ben Pallas Athene!”. Meteen nadat zij dit had gezegd stond de derde voor hem. Dit was duidelijk de mooiste van allemaal. Paris keek naar haar en er stroomde een golf van geluk door hem. Met een lieve glimlach zei ze: “Schoner dan je schoonste dromen is de vrouw die voortaan je leven zal delen, als je haar kiest die nu voor je staat en die naar waarheid mag zeggen dat ze de schoonste is.”

Dit vond Paris ook, de derde vrouw was toch echt de mooiste, en gaf de appel meteen aan Afrodite, de godin van liefde en schoonheid.

Die dagen later leefde Paris tussen werkelijkheid en een droom. Steeds dacht hij waar aan de belofte. Maar toen hij zich dwong moest rustig nadenken, wist hij het zeker, het was een visioen.

Dit ging door tot op de dag dat Priamos Paris bij hem riep en zei: “Mijn zoon, al veel te lang verdoe jij je tijd met nutteloze dromerijen. Je moet nu eens tot daden komen. Daarom geef ik je drie schepen, met zeilen uitgerust en ruim voorzien van krachtige roeiers. Ga daarmee naar Griekenland als gezant van Troje en van je vader. Over drie maanden verwacht ik je terug, met een verslag van je reis.”

Toen wist Paris dat het geen visioen was. In Griekenland zou de belofte van Afrodite in vervulling gaan.

Ongeveer drie maanden later kwam Paris terug. Er waren veel mensen op het strand om hem te zien en vragen te stellen. Maar toen opeens viel er een grote stilte. Uit het grootste schip kwam Paris aan de hand van een vrouw, die bedekt was met een sluier. Niemand wist wie het was en iedereen ging vragen stellen. Wie was zij? Waar kwam ze vandaan?

Zelfs ze schepelingen wisten niet het antwoord op deze vragen. Ze vertelden wat ze wisten. Drie dagen gelden hadden de drie schepen op de rede van Gythion gelegen. Paris was toen de gast geweest van Menelaos, de koning van Sparta, enkele uren het reizen het binnenland in. Diep in de nacht kwam Paris terug met in zijn armen deze vrouw, toen ook gesluierd. Ze waren daarna onmiddellijk vertrokken met alle schepen. Niemand wist behalve Paris wie het was.

Toen Paris eenmaal het paleis had bereikt waar veel raadslieden bijeen waren gekomen zei zijn vader: “Wees welkom, mijn zoon! Heb je de opdracht volbracht?” Waarop Paris zei: “Ik heb voldaan aan uw wens, vader. Ik bezocht Agamemnon, de machtige koning van Mycene, en Diomedes, die heerst over Argos, en Ajax van Aigina en vele anderen. Ik bracht hen uw groeten en geschenken en van allen breng ik u hun eerbiedige achting over, alsook hun geschenken die waardevoller zijn dan wat ik had gegeven.”

Er kwam gemompel bij de raadslieden vandaan maar Priamos hief zijn hand op en zei: “Waarom, mijn zoon, breng je mij geen boodschap van Menelaos, de koning van Sparta, de broer van de machtige Agamemnon”. Er viel een doodse stilte. Paris was stil en erg bleek geworden. Toen klonk de stem van Priamos, dit keer dreigender: “Wie is de vrouw die je naar hier vergezeld heeft?”

Toen richtte Paris zich hoog op. Met een blos op zijn gezicht zei hij helder: “Helena is haar naam, de schoonste van alle vrouwen ter wereld, mij beloofd en geschonken door de verheven Afrodite.”

Paris en Helena afgebeeld in de film Troy

Iedereen schrok in de zaal: Helena, de gemalin van de koning van Sparta, geroofd door Paris! Niemand durfde een woord te zeggen en in angstige spanning waren alle blikken gericht op de oude grijze koning. Maar geen donderende verwijten troffen de vermetele zoon die zijn opdracht zo schandelijk had misbruikt en, in plaats van vrede en vriendschap, zijn vaderland de schande van vrouwenroof en daarmee oorlogsdreiging had gebracht. Met de handen voor het gezicht, in stil verdriet, had Priamos hem aangehoord. Nadat Paris had gezegd het ook de wil van de goden was, richtte Priamos zich op en zie tegen Paris dat je de wil van de goden niet tegen kan houden maar dat er groot ongeluk wachtte voor Troje.

Een paar weken later was er een vreemd schip voor de kust. Het was een schip gezonden door de Grieken die de teruggave van Helena vroegen. Hier werd lang over vergaderd. Maar Hektor, een zoon van Priamos vond dat de Grieken ook de vernedering van Troje wouden. Dat ze dan hun macht prijs gaven. Daarom zei hij: “Laten wij met de Grieken op leven en dood de strijd aangaan! Onneembaar is onze stad, talrijk zijn onze bondgenoten. Een groter, machtiger en gelukkiger Troje moet de inzet van deze oorlog zijn!” Iedereen was het hiermee eens. De Griekse gezanten vertrokken. Maanden later was het zover, een reusachtige vloot was voor Troje aangekomen.

Het werd oorlog.

Het einde van de oorlog

Er was 10 jaar lang oorlog gevoerd. Toen raadde de ziener Calchas de Grieken aan om met een list Troje in te nemen. Odysseus kwam met een list, een houten paard. De Grieken zouden inpakken en wegvaren en een overwinningsgeschenk achterlaten, maar de Grieken zaten zelf in dit paard. Als de Trojanen dan dit paard mee naar binnen namen en de overwinning hadden gevierd, konden de Grieken Troje van binnenuit innemen.

En zo gebeurde het. Troje ging ten onder. Hoewel de Trojanen in een meerderheid waren, hadden ze geen schijn van kans omdat ze allemaal sliepen en dronken waren.

Een stukje uit de film Troy

Advertenties



%d bloggers liken dit: